Weekje Schwarzwald

Zaterdag 1 augustus.


Naar Kautenbach, Luxemburg. Omdat ik met een langslepende blessure aan mijn schouder zit, was ik helaas niet in staat om zelf mijn motor te besturen. Dat was flink balen hoor want ik had me er erg op verheugd.

Maar Ben was zo goed om mij aan te bieden om bij hem achterop te gaan. Geweldig goed aanbod dat ik graag met beide handen aanpakte. Dus zaterdagochtend was ik om een uur of acht bij Ben en Merita en na nog eerst gezellig
een koppie gedaan te hebben, beklommen we de BMW van Ben en werden we door Merita uitgezwaaid. Het weer was prachtig om te rijden, een lekker zonnetje en niet te warm.

In een redelijk vlot tempo konden we doorrijden en vonden we dat we bij het AC-restaurant bij Weert wel een koppie verdiend hadden. Uit ervaring van het Eifelweekend wisten we dat we eerst de toiletten moesten bezoeken. Je moet daar € 0,50 in een automaat gooien om door het poortje te kunnen, je krijgt dan een bonnetje. Als je dan een consumptie koopt in het restaurant krijg je je geld weer terug. Je moet dit wel weten want als je eerst iets gaat drinken en daarna het toilet bezoekt, vis je achter het net. Persoonlijk vind ik dit een nogal ongastvrije geste van AC. Na het toiletbezoek en een koppie aten we nog een broodje op de parkeerplaats en konden we weer verder.

Ondertussen was het wel behoorlijk warm geworden dus de truien gingen uit. Het is wel opvallend dat zo'n beetje heel Nederland inmiddels op de schop ligt, het begon direct na Amsterdam en ging door tot zuid Limburg. Het verkeer heeft hier veel hinder van en wij waren blij dat we op de motor toch iets mobieler zijn. Bij Beek gingen we van de snelweg af. Het eerste stukje binnendoor was bekend voor ons, in beide richtingen hadden we het wel eens met een Eifelweekend gereden.

We reden dwars door Valkenburg langs overvolle terrassen de Couberg op, via het plateau van Margraten zijn we bij de Planck de grens overgestoken richting de enorme oorlogsbegraafplaats bij Henri Chapelle. Ik word altijd een beetje verdrietig als ik al die rijen witte kruizen zie staan en besef hoeveel jonge levens er voor onze vrijheid vernietigd zijn. Vooral als je weet dat dit maar een heel klein gedeelte is. De rit ging verder langs Spa, Francorchamps en Stavelot, helaas niet over het circuit.

Via Trois Ponts waar het barstte van de vakantie vierende Hollanders reden we op Vielsalm aan. Hier zijn we op het ons welbekende terras neergestreken om even een ijskoude ijsthee te drinken, we waren wel blij dat er een plekje vrij was onder een grote boom. Ook hier werd er overwegend Nederlands gesproken en heb ik heerlijk zitten genieten van de miscommunicatie die er ontstond tussen een uitsluitend Frans sprekende ober en een Nederlandse toerist die geen woord over de grens sprak.

Na onze pauze weer vlug opgestapt richting Luxemburg. We reden verder over wat grotere provinciale wegen en zagen de rood-witte zendmasten van radio Luxemburg ver boven de Luxemburgse heuvels uitsteken. Heel vroeger, nog voor er radiopiraten als radio Veronica en radio Noordzee bestonden was radio Luxemburg mijn favoriete zender. Op zondagavond werd hier altijd de top 20 uitgezonden en heb ik begin zestiger jaren voor het eerst de Beatles gehoord. Na een kilometer of 20 over de N 7 moesten we bij Hosingen rechtsaf en belandden
we via een prachtige bochtige weg door de bossen in Kautenbach, een dorp met 62 inwoners, waar we zouden overnachten in hotel Huberty.

Hier zaten Ton en Gerda al heerlijk in het zonnetje op het terras aan grote glazen bier, dus schoven wij snel aan. Gerda en Ton hadden de rit van vandaag niet gereden, ze waren op bezoek geweest bij vrienden in Saarburg en hadden daar overnacht, via een prachtige route zijn ze ook in Kautenbach terecht gekomen. Ton en Gerda waren met hun mooie oude Mercedes omdat Gerda zo'n rit op de motor nog steeds niet aan kan, bovendien had Ton rugklachten en zag zich ook geen hele week op de motor zitten. En ach, met de auto gaat het toch ook prima. Marianne en Flip zouden vanaf hun vakantieadres naar Oberharmersbach komen, evenals Rob en Jan, dus deze eerste avond waren we met z'n vieren.

Even was het nog een beetje spannend omdat Rob, de Hollandse uitbater vergeten was onze reservering op te schrijven, maar er was gelukkig plaats genoeg. Trudy, de vrouw van Rob vertelde dat het wel vaker voorkwam dat hij een reservering vergat op te schrijven. Na een lekkere maaltijd op het terras en nog een paar lekkere glazen bier of wijn zijn we niet te laat ons bed ingedoken, we hadden de volgende dag nog een fikse rit voor de boeg.

Janine.

Zondag 2 augustus.


Naar Oberharmersbach, Swarzwald. Vroeg op en na een stevig ontbijt gaan we weer op stap. Er wachtte ons een tocht van 430 kilometer over binnenwegen. De weersvoorspellingen voor vandaag waren wat minder dan gisteren, maar we zouden wel zien. Het was wel lekker dat we onze bagage aan Ton en Gerda mee konden geven.

Vanuit Kautenbach reden we terug naar Hosingen om vandaar over de “grote” weg richting Vianden te rijden. We reden hier langs het prachtig gerestaureerde kasteel van Vianden dat nog gebouwd is op de fundamenten van een Romeins castellum. Sinds 1720 was het kasteel in het bezit van de Oranjes en onze koning Willem I heeft eerst het dak bij stukjes en beetjes verkocht en was later al aan de muren begonnen. Gelukkig zat zijn opvolger minder in geldnood en is de afbraak gestopt. Tegenwoordig is het Luxemburgs staatsbezit.

Voordat wij na Vianden Duitsland indoken hebben we eerst nog even goedkope benzine getankt en gingen vervolgens via Bitburg richting de Moezel. Rare gewaarwording als je naar het oosten rijdt en je naar het zuiden wil. Maar alles kwam goed. Na een mooie tocht langs de Moezel pakten we een stukje Pfalzerwald
en reden we na Blieskastel Frankrijk in. Eerst weer even de motoren volgooien want we zouden ± 140 kilometer door Frankrijk rijden en daar op het platte Lotharingse land geen benzinestations tegenkomen. Het was een mooi stukje Frankrijk, op de achtergrond zagen we de verlokkelijke Vogezen, maar die zouden later deze week aan de beurt komen. Minder verlokkelijk waren de donkere wolken waar op een gegeven moment een enorme plensbui uitkwam. Gelukkig konden we even schuilen onder een viaduct. Daar stond nog een motorrijder te schuilen die in zijn korte broek en op sandalen was. Rare jongens die Fransen.

Toen de bui wat afzakte zijn we maar gauw verder gereden, we hadden nog een flink eind voor de boeg en de zwarte luchten beloofden nog veel meer lelijks. En ja hoor, in het Rijndal waar we een aantal forten uit de 1e wereldoorlog passeerden brak de hel los. We zagen het in de verte al aan alle kanten bliksemen en om te voorkomen dat we daar middenin terecht zouden komen, zochten we ons heil onder een afdakje bij één van de forten. We hadden terwijl het onweer overtrok met enorme plensbuien mooi de tijd om ons laatste broodje op te eten en even wat te drinken.

Na de bui vlug weer verder, we hadden genoeg oponthoud gehad. Toen we Duitsland weer inreden staken we de Rijn over die hier bij de sluizen een enorm verval vertoonde. Via het altijd drukke Baden Baden kwamen we op de Schwarzwald Hochstraße, geweldig wat heeft deze weg een fantastische bochten. We volgden de Hochstrasse tot Bad Peterstal, hierna was het nog een klein stukje en konden we in Oberharmersbach ons hotel Bären opzoeken waar de anderen ons al stonden op te wachten. Zij waren allemaal een half uur tot een kwartier voor ons aangekomen.

Na we ons op onze prima kamers geïnstalleerd hadden, gingen we op weg naar ons eerste lekkere glaasje wijn / bier. We aten uitstekend en na nog wat drankjes doken we vermoeid ons bed in.

Janine.

Maandag 3 augustus.

Toeristische rondrit in het Schwarzwald. 's-Morgens bij het ontbijt konden we onze keuze maken wat we 's avonds bij het diner als hoofdgerecht wilden. We konden elke dag uit 2 dingen kiezen, zo was er altijd voor elk wat wils. Het ontbijt in hotel Bären was goed, maar minder uitgebreid dan we bij Stefan Maas gewend zijn. Ook het avondeten was elke dag prima verzorgd met op donderdagavond zelfs een barbecue voor 800 mensen.

Voor vandaag stond er een toeristische rondrit op de rol. Na het ontbijt vertrokken we in groepjes, Marianne en Flip samen, het is bekend dat Marianne liever geen anderen achter haar aan heeft, Gerda en Ton met de Mercedes en tot slot Jan, Rob en Ben met Janine achterop. We reden eerst het hele Harmersbach dal uit en na een mooie tocht van 36 kilometer kwamen we in Wolfach uit waar de Dorotheenhütte ligt bij een glas- en kristalblazerij die de moeite van een bezoek waard was. Alleen had het niet zo onze belangstelling. We hadden meer behoefte aan iets warms want het was bokkoud. Na een sanitaire stop en even rond kijken wat er allemaal voor glaswerk te koop was, besloten we verder te rijden.

Vijf kilometer verderop ligt het “Freitlichmuseum” dit is een openluchtmuseum waarin de traditie van het Zwarte Woud op realistische wijze wordt uitgebeeld. Het is erg mooi en vrij groot. Janine is er inhet verleden geweest en vond dit toen erg tegenvallen, dus werd er wederom besloten om door te rijden. Weer 18 kilometer verder was in Triberg het uurwerkmuseum dat uniek is in zijn soort. Het is niet groot, maar erg leuk en interessant om te zien hoe men héél lang geleden al “bij de wekker” was. Maar met onze dikke motorkleding hadden we eigenlijk niet veel puf om het museum in te gaan. Onze belangstelling ging meer uit naar de watervallen.

Vanaf hier is het verslag van Ben:

Het is de hoogste waterval van Duitsland, 183 meter hoog. Deze 183 meter hoog is niet ineen maar in cascades. Uiteindelijk hebben we deze watervallen niet bekeken omdat we € 5,00 entree moesten betalen. Eén kilometer verderop in Triberg is de grootste koekoeksklok te wereld te bewonderen, het heeft de ware grootte van een woonhuis. De immense raderen van deze klok zijn in beweging te aanschouwen. Wij zijn er langs gereden en
hebben hem gemist. Dus zo groot was hij (denk ik) ook weer niet.

Rob en Jan hadden als extra attractie de Donauquelle als bezichtiging ingelast. Hier naartoe gereden in de regen over een mooie route. De bron hebben wij bekeken, het is een stroompje waarvan wij denken dat hij gevoed wordt door een waterpomp. Ondanks dat was het toch bijzonder. De Donau stroomt naar de Zwarte Zee in het oosten en 100 meter verderop over de top begint de Elz. De Elz stroomt in de Rijn, die, zoals iedereen wel weet in de Noordzee stroomt. Heel apart.

Op het terras nog Schwarzwalder Kirschtorte gegeten en koffie special. Later op de thermometer gezien dat het 12 graden was, we vonden het al raar dat er zo weinig mensen op het terras zaten. Na een mooie rit waren wij om 17.00 uur terug. 's Avonds lekker gegeten en gedronken en op tijd naar bed.

Ben.

Dinsdag, 4 augustus 2009


Vandaag, onze 4e Schwarzwald vakantiedag en onze 6e dag op de motor. Wij, Flip en ik, zijn afgelopen donderdag al vertrokken. We hebben 2 prachtige dagtochten gemaakt rond de Moezel in een plaatsje ca. 50 kilometer ten oosten van Lutzerath. Zondag zijn we 300 km. afgezakt naar het zuiden naar hier, Oberharmersbach. Tot nu toe hebben wij prachtig weer gehad, geen regen tijdens het rijden zoals de anderen. We waren hier net aangekomen en zaten al binnen toen het wel hevig begon te regenen.

Vanmorgen vroeg op, 7.30 uur ontbijten want er stond een lange rit op het programma: de Rondrit naar Schaffhausen, een rit van 320 km. De ritten op papier zijn voor het laatst in 2002 gereden en moeten eigenlijk nog kloppen. Via deze papieren routes zijn ze op GPS gezet en dat kan wel eens behoorlijke verschillen opleveren. Wij hebben een duidelijke afspraak gemaakt: Ik rijd voor op papier en Flip volgt met de GPS versie. Ik zelf heb een hekel aan die apparaten. Als ze niet goed ingesteld zijn, beland je soms op de meest vreemde plaatsen en onmogelijke weggetjes of geitenpaadjes.

Gisteren heb ik maar een dagje achterop gezeten bij Flip om te kijken hoe alles liep. Flip achter Ben, Jan en Rob aan en dat op zich valt al niet mee. Deze heren rijden in een vlot tempo door en moesten herhaaldelijk wachten op ons. Toen bleek ook al dat er verschillen zaten in de twee route varianten, vandaar dat wij vandaag besloten hebben om alleen op pad te gaan.

Vanmorgen was het mooi, droog weer, wat fris, dus heerlijk motorweer. Onderweg veel natuurschoon en kleine dorpjes waar je bijna nooit een mens op straat ziet. Smallere wegen, haarspeldbochten en van die mooie lange bochten waar de liefhebbers vol gas en “plat door de bocht” kunnen gaan. Dit maakt het Schwarzwald zo mooi.

De Kandel is met 1242m één van de hoogste bergen in het zuidelijke Schwarzwald. Die top bereikten we om half elf en dat was voor ons te vroeg voor koffie. Wel even gekeken en een sanitaire stop gemaakt en toen weer verder. Vooral het eerste gedeelte van de route was heel mooi. In Neustadt lag de boel behoorlijk op de schop en kregen we met een van die gezellige Umleitungen te maken. Op zo’n moment ben ik even de kluts kwijt en dan brengt zo’n GPS-ding wel uitkomst. Vandaar dat we er wel een hebben. Vroeger was je veel tijd kwijt met kaarten en zoeken als je de weg kwijt was.

Na Neustadt besloten we dat het tijd werd voor een late koffiestop of een vroege lunch. Het werd koffie met zo’n overheerlijk stuk Schwarzwalder kirschtorte. Wat dat betreft gaat het hier niet helemaal goed. Veel zitten en dan die taart, heerlijk!

Wij weer verder richting de Zwitserse grens. Wel aan Flip gevraagd hoe het met zijn route zat. Nou, af en toe heel anders. Die had het geluid maar uitgezet. Het “van route herberekenen” of “maak een U-bocht”  had hij al genoeg door GPS-Miep in zijn oor horen fluisteren. Zo kwamen wij zonder problemen aan bij de watervallen van Schaffhausen. Hee, die kennen we nog van vorig jaar en toen hebben wij dat natuurschoon ook uitgebreid bewonderd. Het was al niet zo vroeg meer, zo rond de klok van twee uur en ook door de warmte besloten we om vrij snel de terugreis te aanvaarden.

Terug ging het over vlotte wegen. Ook kwamen we door Triberg, de stad met de grootste waterval van Duitsland en van de vele koekoeksklokken. Deze stad hadden we gisteren al met z’n allen bezocht dus hier maar niet meer gestopt. Zonder motor had ik het waarschijnlijk wel gedaan. Een koekoeksklok, ik vind ze enig! Onderweg nog wel een keertje gestopt om wat te drinken. De ritten waren oorspronkelijk uitgezet vanaf een ander hotel, zo’n 10 km verder en ook veel hoger. Dat weggetje was smal en bochtig, dwars door het bos, omhoog en omlaag en zo bereikten we uiteindelijk ons hotel tegen zes uur.

Het was een lange en mooie dag geweest en ik heb in de papieren route geen fout kunnen ontdekken. Snel die warme broek en jas uit en wat smaakt dat koude pilsje dan heerlijk.

Morgen gaat Janine een dagje bij Flip achterop. Tja, dat zal wel wat anders zijn dan met Ben. Ik heb er in ieder geval weer heel veel zin in morgen. Nu eerst lekker slapen.

Marianne & Flip.

Woensdag 5 augustus


Toer naar Zuidelijke Vogezen

Droog weer was voorspeld met niet te hoge temperatuur, dus geschikt voor een lange toertocht van 320 km vanuit het Zwarte Woud naar de Zuidelijke Vogezen. Janine had besloten om voor deze rit het duozadel te verwisselen en bij Flip achterop te kruipen. Daardoor had Ben de ruimte op zijn BWM. Zoals elke dag reed hij met Jan en mij in een flink tempo. Er was onderweg immers een hoop te zien (en te snoepen). Ik had bij de routecheck een uitstapje naar de Kaiserstuhl ingebouwd. Bij een eerder bezoek was ik gefascineerd door de bijzondere ligging van dit gebied. Het is een bergketentje in het overigens vlakke Rijndal met een beschutte kom, waardoor het een mild klimaat heeft en geschikt is voor het verbouwen van rode druiven. Als wijndrinker was het mij al eens opgevallen, dat de rode wijn van de Kaiserstuhl opvallend goed is voor een Duitse wijn. Aan het goede leven in de fleurige wijndorpjes is te zien, dat het de wijnboeren voor de wind gaat. We zijn er gestopt voor een kopje koffie.

Verder richting Vogezen passeerden we de Rijn, die we overstaken bij Breisach ter plaatse van een stuw met sluis en waterkrachtcentrale, alweer met een enorm verval, zoals we ook op de heenreis zagen. Ten westen van de Rijn kruisten we nog een afwateringskanaal. Dan komt de grens met Frankrijk, die alleen zichtbaar is door een bord en een groot winkelcentrum. Ik heb niet kunnen ontdekken welk volk hier de voordelen komt halen. Direct is aan de lay-out van de wegen te zien, dat hier met de Franse slag onderhoud wordt gepleegd, in tegenstelling tot de Duitsers, die hun zaakjes beter voor elkaar hebben. Toch geeft zo’n rommelig aanzien wel weer een gezellige, charmante sfeer.

Lange, rechte, snelle binnenwegen leidden ons naar Guebwiller, waar de toerit naar de Route des Crêtes begint. Deze weg in de Vogezen is aangelegd in de 1e wereldoorlog om de Franse troepen te bevoorraden. In 1915-16 is hier een loopgravenoorlog uitgevochten, waarvan enkele indrukwekkende monumenten getuigen.
Nu hebben we aan deze Route een heerlijke motorweg overgehouden, breed, goed asfalt en een overdaad aan ruime bochten, die met hoge snelheid kunnen worden genomen. Omdat de weg is aangelegd over de kam van het gebergte, zijn er over zo’n 50 km geen dorpen en zijn de uitzichten naar beide zijden adembenemend. We kwamen langs een afspringplek voor parapente-vliegers, waar een echtpaar ruzie maakte over hoe moet worden opgestegen. Hij was bijna in staat om haar ongetraind over de bergrand te duwen.

Daarna bereikten we eindelijk de Grand Ballon, die al van verre als een witte bol te zien was. Dit was het hoogste punt van onze Zwarte Woud-week, ruim 1400 meter. De berg was in een heldere lucht gestoken en aan onze voeten konden we het Rijndal overzien tot aan het Zwarte Woud. Bij de top was een druk bezocht restaurant waar we gebruik van maakten. Tijdens het eten zag Jan de groene Mercedes van Ton en Gerda aankomen en loodste hen naar onze tafel. We hebben even gezellig in de zon gezeten. Het beklimmen van de top, die 100 meter hoger ligt, hebben we aan anderen overgelaten. Het zicht was erg mooi, zeiden ze in het Nederlands, want aan dat soort is hier geen gebrek. We passeerden even verder Col de la Schlucht, waar enkele weken eerder een etappe van de Tour de France was gefinisht, nog duidelijk te zien aan de aanmoedigende teksten op het asfalt.

Terug naar beneden reden we dwars door het Elzasdorp Ammerschwihr waar het voormalig sterrenrestaurant Aux Armes de France was gevestigd en wij af en toe onze Elzaswijnvoorraad aanvullen bij een plaatselijk wijnboertje. De uitzetter had nu een stukje van de Route du Vin uitgekozen, zodat we tussen de wijngaarden van Ribeauvillé en Riquewihr terugreden naar het Rijndal. Deze streek is erg in trek en we moesten even filerijden om er door te komen en proeven was er niet bij. Misschien hebben sommigen een Elzasser zuurkool gegeten, want daar staat de streek ook om bekend. Wij kozen voor een ijsje onderweg.

Nu maar snel terug naar het hotel, waar een koele Duitse Riesling op ons stond te wachten. Eerst nog even de Brandenkopf beklommen, want dat was een dagelijks verplicht nummer. Dat komt zo: De routes die wij beschikbaar hadden, waren ontworpen vanuit een hotel op die berg in een verder uitgestorven bos. Janine wilde daar logeren vanwege de rust en het prachtige uitzicht. Jammer genoeg kon die wens niet in vervulling gaan en moest we genoegen nemen met het drukke hotel Bären in Oberharmersbach, dat 10 km verder ligt. Voordeel was wel, dat we getrakteerd werden op een groot plaatselijk barbecuefeest. De routes voerden ons echter wel steeds die berg op maar voor sommige motorrijders was het geen straf om de dag af te sluiten met een rondje Brandenkopf.

Janine klaagde na terugkomst over een houten kont en reserveerde het zadel van Ben weer.
De routes van deze week waren met zorg en veel afwisseling samengesteld. Het Zwarte Woud beschikt over wegen met goed asfalt, ruime bochten en weinig verkeer. We hebben hier al meerdere vakanties doorgebracht en dit zal ook niet de laatste keer zijn. Het ligt helaas te ver om in één dag te bereiken.

Wij hebben onze foto’s aangeboden voor de website van Motorclub Wognum. Zie daar dus nader.
 
Rob Willems

Donderdag 6 augustus 2009


Het beloofde een warme dag met een temperatuur van 31 graden te worden. Nadat we het ontbijt hadden gehad, werden de motoren uit een garage van een aannemer gehaald, deze konden vanwege de barbecue, niet op de parkeerplaats blijven staan. Ook de auto werd van een andere parkeerplaats opgehaald. De avond van te voren hadden we al besloten dat het de rondrit Schwarzwald van 215 km  zou worden, die we deze dag zouden rijden.

De tocht begon richting Oppenau omhoog, met mooie vergezichten. Na Oppenau kwamen we langs een waterval, waar we stopten om deze te kunnen bekijken. Net nadat we gestopt waren, kwamen Jan, Rob, Ben en Janine ook aan. We hoorden dat het nog best een stukje lopen was, dus hebben we onze weg weer vervolgd. Even verderop was een kloosterruïne, die je kon bezichtigen. Daarna reden we via Neusatz, waar we een heel mooi vergezicht hadden over een dal, naar Herrenwies. Voorbij Herrenwies was een indrukwekkend stuwmeer, die de moeite waard was om te bekijken. Toen even de auto aan de kant gezet, en de stoelen achterover, om even een tukje te doen (zou de leeftijd wel zijn, of de borrel!). Via mooie slingerwegen richting Altensteig, waar ze bezig waren met de bouw van verschillende stuwdammen.

Richting Simmersfeld, hadden we een afslag te vroeg genomen, maar dat was helemaal niet erg, want het was een schitterend smal weggetje recht omhoog. Hierna een mooi stukje langs het water naar Freudenstadt. Een mooie stad, maar de auto moesten we op benzine zetten, want op gas stotterde hij erg en dat valt niet mee met verkeerslichten. Na Freudenstadt zijn wij door een dal gereden, tussen de koeien en de Schotse Hooglanders door, langs een beekje met prachtig bloemen aan de bruggen en de huizen. Na dit dal gingen we naar 1000 meter hoogte naar de uitkijkpost “Brandenkopf”. Deze weg was smal en vrij steil omhoog, ideaal voor de motorrijder dus, en voor de auto, want Schumacher is er niets bij.

Wij zijn ook enkele houtzagerijen tegengekomen, die pal aan de weg zijn gelegen. Het is heel indrukwekkend om dit in bedrijf te zien. Het valt op dat de wegen zo mooi zijn onderhouden en vrij lang zijn met de nodige haarspeldbochten. Ook waren de meeste wegen voorrangswegen, waardoor je lekker door kon rijden en het was over het algemeen lekker rustig op de weg. Na de uitkijktoren zijn we naar het hotel gereden.

Daarna hebben we de plaatselijke kerk bezichtigd, waar het lekker koel was. Het hotel verzorgde deze avond een barbecue, waar 700 mensen kwamen eten. Je weet niet wat je ziet. Een hele varken aan het spit en een grote rollade. Een hele grote saladebuffet en muziek van een zanger en van een  groepje jongeren in aangepaste kledij. Zij wisten het publiek op een hele leuke manier te vermaken. Ook kwam het gesprek van de mannen op de stevige vrouwenkonten van de aanwezige dames. De conclusie was dat de stevigheid door het klimmen (van de bergen) kwam. Ook kwamen we erachter dat Flip de braadworsten man is, dus daar kunnen ze met kampeerweekend rekening mee houden. Onder het genot van een borreltje werd de rit voor de volgende dag uitgezet door Ben, Jan en Rob op de Garmin. Het was een geslaagde dag .

Gerda en Ton.

Vrijdag 7 augustus


De gesprekken over laaghangende lichaamsdelen van de Schwarzwalder dames raakten vandaag wat op de achtergrond, nadat geconcludeerd was, dat dit veroorzaakt was door het harde werken in de bergen. Daarvoor in de plaats genoot een deel van de groep van een andere Schwarzwalder specialiteit: de kirschtorte, zo groot, dat deze lunch-vervangend was. Op het terras van hotel Notschrei was het genieten. Notschrei was de naam van de bergpas bij het hotel, even ten zuiden van Freiburg. De naam is ontleend aan een geschrift van de boeren in de omgeving, die in het begin van de 19e eeuw een oproep met ‘Notschrei’  bij de landheer indienden om een weg aan te leggen naar Freiburg, om daar hun producten op de markt te kunnen afzetten. De noodkreet kreeg gehoor, de weg kwam er en anno 2009 is het een brede en prachtig geasfalteerde weg door de uitgestrekte bossen van het zuidelijk Zwarte Woud. Het gehele bosgebied is inmiddels door brede verkeersluwe wegen ontsloten en is een waar paradijs voor motorliefhebbers (mijn meest favoriete gebied in Duitsland). Een van de meest bochtige wegen, naar “Schau in’s Land” is vooral in de weekend  populair geworden  bij motorrijders, wat de overheid noodzaakte om deze weg in het weekend af te sluiten voor motorrijders. Maar… vandaag was het vrijdag!

Het Zwarte Woud staat bekend om zijn uurwerken. Boeren werkten vroeger op de lange winteravonden aan de beroemde klokken. Dit is tot op de dag van vandaag gebleven. In onze ontbijtzaal werden we dan ook elk half uur verrast door de koekoek boven ons hoofd, die ons kwam vertellen, dat er weer 30 minuten waren verstreken. Vandaag echter niet, vanmorgen stond hij stil, maar Rob wist raad, trok de gewichten weer omhoog en gaf de slinger een zetje. De klok liep weer, weliswaar enkele uren op achter, maar met een paar keer een draai aan de grote wijzer, kwam de koekoek na elke halve ronde enthousiast te voorschijn, mede tot genoegen (of ergernis?) van de andere gasten. Vervolgens moest ook de kleine wijzer nog zuiver afgesteld worden, maar die bleek los op de as te zitten, waardoor hij moedeloos naar beneden viel, op de 6 belandde en daar werkeloos bleef hangen. ’s Avonds nog een keer geprobeerd, toen pakte hij weer. We hoeven niet meer bang te zijn om volgend jaar te worden geweigerd.

De rit van vandaag was dus naar het Zuidelijke Zwarte Woud, een korte rit, om ons rustig voor te bereiden op de terugreis. Tom en Gerda in de Mercedes, Marianne bij Flip achterop, want er moest op de Zumo genavigeerd te worden, omdat de rit de avond tevoren tijdens de BarBQ (met 700 gasten ‘Duits’ gezellig, armpjes inhaken, aan lange tafels) in elkaar was gezet.
Janine, Ben, Rob en ik reden samen. Een ontspannen dag met de Schwarzwalder kirschtorte en een heerlijk uurtje kijken naar de tientallen opstijgende deltavliegers op de Kandel (een van hogere passen), die we later in het dal bij hun landingsterrein weer terugzagen.

De rekening van het hotel viel ’s avonds alles mee: rond € 35,-- p.p. per dag, half pension (ik weet een camping, die zelfs duurder is)! Wie gaat er volgend jaar ook mee?

Jan

Een filmpje van een van onze afdalingen kun je bekijken (Camera op het stuur van de Fazer) op:
http://www.youtube.com/watch?v=rOCUITpgLFM

 

Zaterdag 8 augustus.


Naar Losheimergraben, België.

Vandaag moesten we alweer afscheid nemen van het Zwarte Woud en lag er ± 425 kilometer asfalt voor ons op weg naar hotel Schröder. Via het Renchtal reden we over wat grotere wegen richting Strasbourg (Straßburg, Straatsburg) niks geen leuk toerweggetje meer om over te tokkelen. Maar na Strasbourg konden we ons hart weer ophalen en reden we over smalle weggetjes door wijnvelden en onooglijke dorpjes. Langzaam maakten de wijnvelden van de Elzas plaats voor de uitlopers van de noordelijke Vogezen, bij Nideck passeerden we een 25 meter hoge waterval en na Oberhaslach een echt point de vue met een schitterend uitzicht over de Elzas. Ons laatste Vogezencolletje was de Col de Valsberg.    

Verderop in Lotharingen in het dal van de Zorn kwamen we langs het meest interessante plekje van onze route van vandaag: een botenlift; het Plan incliné de St.-Louis-d'Arzviller, een formidabel waterbouwkundig projekt dat in het Marne-Rijnkanaal ligt. Schepen tot 350 ton worden er in een 45 meter lange met water gevulde bak met behulp van kabels en tegengewichten, langs een 108,65 meter hoge betonnen helling met rails, van het ene kanaalstuk naar het andere getransporteerd.  Het hoogteverschil van 44,55 meter wordt in 20 minuten overwonnen. Vroeger hadden 17 sluiswachters en evenzoveel sluizen over een afstand van 4 kilometer daar een hele dag voor nodig. De oude sluisjes liggen totaal vervallen een stukje verderop richting Arzviller. Daar ligt ook nog de tunnel voor schepen die gebouwd is tussen 1839 en 1949 en nog steeds in gebruik is. We hebben een poosje zitten kijken hoe de bootjes met de lift naar beneden en naar boven gingen. Ik had deze botenlift al een paar keer eerder gezien maar elke keer weer vind ik het fascinerend om een paar bootjes halverwege de berg te zien hangen. Daarna nog even een blik geworpen op de oude sluisjes en de tunnel en toen in rap tempo verder. We steken de Saar over en passeren een paar kleine meertjes (Etang Coromunal en Long Etang) die in de middeleeuwen door mensenhanden gegraven zijn. Eens in de 3 jaar liet men de meertjes leeglopen en verzamelde men alle vissen voor consumptie, men gebruikte het meertje 1 jaar als zeer vruchtbare landbouwgrond en liet het weer voor 3 jaar vollopen.

Langzamerhand beginnen we toch wel honger te krijgen maar we kunnen nergens iets vinden. In Lixing wilden we dan maar broodjes kopen, maar daar wees iemand ons op een restaurantje dat wel wat van onze route af lag maar waar we heerlijk hebben gegeten. Ondertussen zagen we verderop een flinke onweersbui voorbijtrekken die gelukkig niet onze kant op kwam. Na het eten passeerden we het Canal des Houillères, het kolenkanaal dat in 1860 werd aangelegd ter ontsluiting van het Lotharingse kolenbekken en reden we langzamerhand richting de Moezel en kwamen we bij Schengen in Luxemburg. We reden langs de gedenkplaats waar op 14 juni 1985 het bekende verdrag van Schengen tussen Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland getekend werd en volgden de Moezel tot Wasserbillig. Nog een klein stukje door Duitsland en op de grens bij Losheimergraben aan de rotonde vonden we ons hotel Schröder, Marianne en Flip waren net bezig om hun motoren in de garage te stallen dus wij konden zo bijschuiven. Ton en Gerda waren vandaag direct naar huis gegaan want er was iemand in hun omgeving overleden waardoor zij behoefte hadden om wat eerder thuis te zijn. In het hotel kregen we allemaal een enorm grote kamer met uitzicht op de rotonde en hadden Jan en Rob een super grote badkamer, je kon er wel een feestje in bouwen.

's Avonds genoten van een echte Duitse maaltijd en na nog een wijntje / biertje en een frisse neus doken we vlug ons bed in.

Janine

Zondag 9 augustus.


Naar huis.

De volgende ochtend kregen we heerlijke verse broodjes aan het ontbijt. Daarna vlug de bagage op de motoren en richting huis. We reden Duitsland weer in en de eerste 92 kilometer hoefden we alleen maar de mooie B 265 te volgen. Dat schoot dus lekker op. Na Hellenthal sloegen we af en maakten we nog een hele mooie rit langs de Olef en de Ruhr. Hoog boven de Ruhrstausee hadden we nog een paar prachtige vergezichten maar langzamerhand werden de Eifeler heuvels steeds lager en kwamen we steeds meer in de buurt van Aken. We reden met een grote boog om Aken heen en kwamen in de buurt van Garzweiler, het gebied waar in Duitsland weer sinds 1982 bruinkool gewonnen wordt in dagmijnbouw. Het dorp Garzweiler is daardoor volkomen aan het verdwijnen en ook stukken van de A44 gaan er aan geloven. Er is daardoor een heel groot gebied waar je gewoon met de auto, fietsend en zelfs lopend niet kunt komen. Bruinkool wordt gebruikt in electriciteitscentrales om electra op te wekken. Dit mijnbouwproject zal nog tot ± 2045 duren en er zullen in totaal 12 dorpen met de grond gelijk gemaakt worden. Als je Garzweiler googeld kun je diverse foto's zien en zien hoe de dagmijnbouw in zijn werk gaat.

Ten noorden van Aken reden we nog een heel stuk door een licht heuvelachtig landbouwgebied en uitgestorven dorpjes.. Bij Venlo staken we de grens over en na de nodige verkeerslichten die altijd op rood staan kwamen we op de A 67 en konden we via Nijmegen, Utrecht en Amsterdam richting Wognum blazen. In Hoorn nog even goedkoop getankt en om half 6 reden we bij Merita het pad op waar we enthousiast begroet werden door Billy, de prachtige mops van Ben en Merita.

We konden allemaal terugkijken op een zeer geslaagde week waarin we geweldig mooie ritten hebben gereden, lekker gegeten, mooi aangezeten en veel gelachen hebben. Jan, Rob, Gerda, Ton, Marianne, Flip en Ben bedankt voor jullie gezelschap het was een supergezellige week.

Janine.